Genetica bij muizen


Je kan om diverse redenen muizen gaan fokken. Veel mensen zetten een willekeurig mannetje bij een vrouwtje neer. Maar je kan ook fokken om bepaalde kleuren of vachtsoorten te krijgen. Door twee muizen te kruissen waarvan alle familieleden over het algemeen lang leven kun je muizen fokken die óók lang leven.

Goede eigenschappen kunnen zo ook ingefokt worden. In het slechte geval worden muizen gekruist die zwak zijn, of bepaalde negatieve eigenschappen hebben. Fokkers selecteren hun muizen vaak op de grootte van de nestjes die ze krijgen; met muizen die kleine nesten krijgen wordt niet meer gefokt.

Als je een bepaalde kleur of vachtsoort wilt gaan fokken, is het handig om wat van genetica af te weten. Ik zal hier proberen de basis uit te leggen. Ik moet eerlijk zeggen ik ben hier ook nog maar een beginner in, dus ik kan niet garanderen dat alles 100% klopt.

Genen van de muis

Net als een mens heeft een muis diverse genen.Een gen draagt een bepaalde erfelijke eigenschap. Elk gen is in 2 of meer vormen mogelijk. Een A-gen kan bijvoorbeeld voorkomen als A = agouti gen aanwezig, of als a= agouti gen ontbreekt. Elke muis heeft van alle genen twee (bijvoorbeeld aa, AA of Aa). Hij krijgt namelijk de ene helft van de vader, en de andere helft van de moeder mee. Homozygoot betekent dat de muis in kwestie twee dezelfde genen heeft. Een muis die homozygoot is voor a heeft dus aa. Heterozygoot houdt in dat de muis twee verschilende genen heeft, bijvoorbeeld Aa.
Een dominant gen is een gen wat zowel in de homozygote als in de heterozygote vorm duidelijk effect heeft. Een dominant gen wordt aangeduid met een hoofdletter (A). Een recessief gen daarentegen wordt aangegeven met een kleine letter (a). Dit is een gen wat alleen in de homozygote vorm tot uiting komt. Deze wordt overheerst door het dominante gen.

AA = Homozygoot, dominant
aa = Homozygoot, recessief
Aa of Aa = Heterozygoot. Het dominante gen overheerst

Er zijn een paar soorten genen die het belangrijkste zijn als je muizen fokt. Dit zijn de A-, B-, C-,D- en P-genen. Omdat je de genen van een bepaalde muis pas goed kan bepalen als je de kleuren van zijn ouders en broers en zussen ook weet, zullen sommige genen in het begin nog onbekend zijn. Soms weet je alleen dat een muis een A heeft, maar weet je niet of het AA heeft of Aa. In zo’n geval schrijven we A* (A en een onbekende)

A-genen

Het A-gen heeft invloed op de ticking (het agouti-gen). Ticking betekent dat de haren niet één kleur hebben maar meerdere kleuren.

A = agouti-gen (ticking aanwezig)
a = geen agouti-gen (ticking niet aanwezig), dus zwart
A^Y = Agouti-Yellow, wat inhoudt dat de muis rood wordt
aT = tan

Hierbij gelden de volgende regels:
A^Y domineert over A
A domineert over a
aT domineert over a.
Uitzondering: Als een muis aT en A heeft, dan wordt het een Agouti muis MET tan.

A^y – fawnmuis
De fawn muis is een geel tot rode muis. Het is dodelijk in de homozygote vorm. Een muis met AyAy (dominant geel)sterft tijdens de zwangerschap. Fawnmuizen lijden erg snel aan vetzucht.

A^vy – Brindlemuis
Een brindlemuis is vaak geel met agoutistrepen maar kan ook andere kleuren hebben.

A^t – Black Tan
Een tanmuis is niet altijd dominanter dan agouti. Er bestaan ook veel agouti-tanmuizen.

B-genen

B = veroorzaakt zwart of bruin, er is geen verandering in de kleur van de muis.
B^C = veroorzaakt bruin-cordovan. Een zwarte muis met b^c b^c wordt chocolat, een agouti met b^c b^c wordt cinnamon
Dit gen veroorzaakt de warm bruine tint die je in show-chocolade of cinnamon ziet.
b = veroorzaakt ‘gewoon’ bruin of bruinagouti
C-genen

Er zijn vijf C-genen:

C = volle kleur; geen verlichting
c = dubbel c veroorzaakt albinos, en dan maakt het niet uit wat de andere genen zijn.
cCH = cCH maakt alle kleuren wat lichter. cCh veroorzaakt in de dubbele vorm chinchilla.
cE = Dubbel cE extreme verlichting, de kleur wordt veel lichter, soms helemaal wit. Op deze manier worden ook witte muizen met zwarte ogen gemaakt.
cH = Dubbel cH veroorzaakt siamees.

Dan zijn er nog combi’s. Bijvoorbeeld cH-c = Himalayan muizen. Een zwarte muis me cH en chinchilla of extreme verlichting is een burmees (of een siamees sable).Als je een siamees met een albino kruist (de albino moet black zijn met de A-genen) dan krijg je himaliayan muizen.Er zijn zo nog een hoop combinaties.

 

D-genen

D = volle kleur; geen verlichting
d = in de dubbele vorm blauwe kleuring

De d verlicht een zwarte muis naar een blauwe muis. Het verlicht een chocolat muis naar een duifgrijze muis. Het verlicht een agouti naar een blauwe agouti. Het vervaagt een siamees naar een blue point siamees. Het verlicht geel naar buff.
P-genen
De P-genen hebben invloed op de oogkleur.

P = zwarte ogen
p = in de dubbele vorm roze ogen én de haarkleur wordt ook wat lichter.
Voorbeelden

Stel, je kruist twee heterozygote (AaXAa) muizen. Bij overerving bereken je de kans op iedere mogelijke genencombinatie, de snelste manier om dit bij dit voorbeeld te doen is door alle opties uit te schrijven.

Ouders: Aa x Aa
Jongen: AA 25%, aa 25%, Aa 50%.

Als je op dezelfde manier wilt uitrekenen wat uit twee AaBb ouders de kans is op aabb zie je dat de kans 1/16 wordt:
AA
Aa
aA
aa
X
BB
Bb
bB
bb

1/4 X 1/4 is 1/16.
Raszuiver betekent dat een dier homozygoot is voor al zijn ‘benodigde’ genen. Een agouti zou dan AA BB CC DD PP zijn, een himalayan AA BB chc DD PP.

Hieronder staan een aantal genetische code’s die gelden voor raszuivere muizen. Deze codes hoeven niet altijd te kloppen.

Kleuren met ticking
Blauw-agouti – A* B* C* dd P*
Blauw-zilveragouti – A* B* cchcch dd P*
Cinnamon – A* bb C* D* P*
Cinnamonargente – A* bb C* D* pp
Geelwildkleur (Argente) – A* B* C* D* pp
Goudagouti – A* B* C* D* P*
Lilac agouti – A* bb C* dd P*
Zilveragouti – A* B* cchcch D* P*

Eénkleur
Blauw – aa B* C* dd P*
Champagne – aa bb C* D* pp
Chocolade – aa bb C* D* P*
Crème – AY bb C* dd P* of pp
Duifgrijs – aa B* C* D* pp
Geel – Moet ik even opzoeken, afhankelijk van de vereiste oogkleur
Lilac – aa bb C* dd PP
Oranje – Moet ik even opzoeken afhankelijk van de vereiste oogkleur.
Rood – AY B* C* D* P*
Rood-oog lilac – aa bb C* dd pp
Wit Roodoog – Meerdere codes mogelijk. Meestal albino cc
Wit zwartoog – Genetische code onbekend,extreem gevlekte muis.
Zwart – aa B* C* D* P*

Uitmonstering
Siamees Blauw – aa B* chch dd P*
Siamees Zwart – aa B* chch D* P*
Tan – aT Tan is erkend in alle erkende kleuren.
Zilvervos – aT cchcch
Burmees – aa B* cchch D* P*
Blauw-burmees – aa B* cchch dd P*
Blauw Sable – Ayat B* C* dd P*
Lilac Sable – Ayat bb C* dd P*
Marten sable – Ayat B* cchch D* P*
Sable – Ayat B* C* D* P*
Verzilverd – sisi
Rus (himalayan) Blauw – aa B* chc dd PP
Rus (himalayan) Zwart – aa B* chc D* P*

Een aantal gencombinaties zijn dodelijk of gevaarlijk. Dit zijn de belangrijksten:

s – recessief vlekken
Dit gen wordt geassocieerd met Megacolon. Ongeveer 10% van ss muizen sterft hieraan.

W – dominant vlekken
Dit gen wordt geassocieerd met aangeboren bloedarmoede. WW muizen sterven vaak binnen enkele dagen na de geboorte. Dus dodelijk in homozygote vorm.
Rw – rump white
Dodelijk in de homozygote vorm (RwRw). Embryo’s sterven halverwege de zwangerschap. Op zich merk je daar dus niets van, alleen zal de nestgrootte kleiner zijn.

Rood
In rode muizen huist een lethaal gen. Wanneer twee lethalen genen bij elkaar komen gaan er jongen dood. Dus je kunt wel rode muizen op elkaar zetten, maar dan zal wel 1/4 dood gaan (hier merk je niks van)

Overige
Bepaalde combinaties geven weer totaal andere kleurtjes. Bijvoorbeeld een aa bb CC dd PP muis, hij kan natuurlijk niet bruin en blauw tegelijk zijn, dus wordt ie lilac. Zo zijn er allerlei combinaties te bedenken, en daarom ook zo veel verschillende kleurtjes.


Voor de vachtsoort zijn er ook genen. Deze zijn recessief. Dat betekent dat ze alleen tot uiting komen in de recessieve vorm.

Verzilverd: sisi
Lang haar: gogo
Rex: ReRe
Tessel: gogoReRe (eigenlijk dus gewoon een rexlanghaar)
Satijn: sasa
Satijn langhaar: gogo sasa
Satijn rex: ReResasa (ook wel Sax genoemd)
Satijn tessel: gogoReResasa (ook wel Stex genoemd)

Als je bijvoorbeeld een satijnmuis (sasa) kruist met een normaalhaarmuis, dan zal de satijnmuis één sa-gen meegeven, maar de normaalhaar niets. Alle jongen krijgen dan één sa, en zijn dus normaalhaar, maar wél satijndrager.
Als je twee satijndragers met elkaar kruist, zal 25% van de jongen een satijnmuis worden. 50% wordt alleen satijndrager en 25% geen satijn.
Als je een satijnmuis met een satijndrager kruist, wordt 50% satijndrager en 50% satijnmuis.
Als je twee satijnmuizen kruist krijg je 100% satijnmuizen.Alleen moet je hierbij opletten; als je satijnmuizen blijft kruissen worden de nakomelingen zwakker. Beter is dus om een satijndrager met een satijnmuis te kruissen.

Bovenstaand verhaal geldt ook voor langharigen, rexharigen en tesseltjes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *