Al jarenlang beschouwen wetenschappers laboratoriummuizen als een van de beste modellen voor onderzoek naar menselijke ziekten vanwege hun genetische overeenkomst.
Deskundigen van de Stanford University in de VS hebben nu aangetoond dat muizen en mensen belangrijke overeenkomsten in hun DNA delen, wat hun waarde voor klinisch onderzoek nogmaals bevestigt.
Volgens Michael Snyder, hoogleraar genetica aan Stanford, zijn veel genen identiek tussen muizen en mensen, maar verschilt hun regulatie aanzienlijk.
Wetenschappelijk onderzoek verbindt muizen met mensen
Het Mouse ENCODE-project, vergelijkbaar met het menselijke ENCODE-initiatief (Encyclopedia of DNA Elements), heeft meer dan 100 verschillende muizenceltypen en -weefsels onderzocht om de regelgevende elementen van het muizengenoom in kaart te brengen en deze te vergelijken met die in het menselijk genoom.
Gefinancierd door het National Human Genome Research Institute helpt het onderzoek wetenschappers vast te stellen hoe ontdekkingen uit muizenonderzoek op mensen kunnen worden toegepast door de genetische overeenkomsten en verschillen tussen beide soorten te identificeren.
Omdat muizen veelvuldig worden gebruikt als modelorganismen in klinische studies en medicijnontwikkeling, is deze kennis essentieel om experimentele resultaten naar toepassingen bij mensen te vertalen.
Het verkennen van hersenontwikkeling via microben
Ondertussen heeft een recente studie van gedragsneuroscientist Alexandra Castillo-Ruiz aan de Georgia State University (VS) inzicht gegeven in hoe maternale microben de hersenontwikkeling bij pasgeboren muizen beïnvloeden.
Muizen die in kiemvrije omgevingen werden geboren, bleken minder neuronen te hebben in de paraventriculaire kern (PVN), een gebied dat cruciaal is voor sociaal gedrag en stressreacties.
Deze bevindingen, gepubliceerd in Hormones and Behavior, een peer-reviewed tijdschrift dat zich richt op de wisselwerking tussen hormonen en gedragsneuroscience, geven aan dat blootstelling aan maternale microben in utero een cruciale rol speelt bij de ontwikkeling van de hersenen.
Zelfs wanneer kiemvrije muizen kort na de geboorte werden blootgesteld aan microben, hielden de afname van het aantal neuronen in de PVN en het verhoogde percentage celdood aan, wat suggereert dat de veranderingen waarschijnlijk al tijdens de prenatale fase zijn vastgelegd.
Het onderzoek onderstreept de potentiële betekenis van het maternale microbioom voor de ontwikkeling van het menselijke brein, een gebied dat nader onderzoek verdient.
Deze studies benadrukken het dubbele belang van genetische en omgevingsfactoren in het muizenonderzoek.
Door het inzicht in zowel genomische regulatie als de rol van maternale microben bij hersenontwikkeling te verdiepen, krijgen wetenschappers een duidelijker beeld van hoe bevindingen bij muizen de menselijke gezondheid en ziekte kunnen informeren.
